Voorrang: wie mag er eerst?

Rechts gaat voor, tenzij er iets is wat zwaarder weegt. Loop bij elk kruispunt hetzelfde lijstje af en je hoeft nooit meer te gokken.

Het lijstje, van boven naar beneden

Voorrang is geen losse verzameling regels, het is een rangorde. Begin bovenaan: wat hoger staat, gaat voor op alles wat eronder staat.

  1. Geeft iemand aanwijzingen? Een agent of verkeersregelaar gaat boven alles: boven lichten, boven borden en boven de regels.
  2. Zwaailicht én sirene? Een voertuig van een hulpdienst dat allebei voert, laat je altijd voorgaan. Ook als jij groen hebt of op een voorrangsweg rijdt.
  3. Staan er verkeerslichten? Werkende lichten gaan boven de borden die de voorrang regelen. Knippert het geel of zijn ze uit, dan gelden de borden weer.
  4. Staan er borden of liggen er haaientanden? Een gele ruit, een driehoek op zijn punt, een stopbord of haaientanden op de weg bepalen wie wacht. Borden gaan boven ‘rechts gaat voor’.
  5. Kom je uit een uitrit, of van een zandweg? Uit een uitrit laat je iedereen voorgaan, ook voetgangers. Van een onverharde weg laat je bestuurders op de verharde weg voorgaan, ook als jij van rechts komt.
  6. Is er een tram? Op een kruispunt zonder borden gaat de tram voor, van welke kant hij ook komt.
  7. Niets van dit alles? Rechts gaat voor. Dat geldt voor alle bestuurders, dus ook voor fietsers, brommers en scooters die van rechts komen.
Het spel Verkeerssituaties: een T-splitsing van bovenaf met een voorrangsweg, een motor van links en jouw auto voor de haaientanden. De auto van rechts is al gereden. Onder de tekening staat dat jij voor haaientanden staat en de auto laat voorgaan.
Verkeerssituaties: jij staat voor haaientanden en wacht.

En als je afslaat

Het lijstje hierboven gaat over wegen die elkaar kruisen. Afslaan heeft twee regels van zichzelf, voor verkeer op dezelfde weg als jij:

  • Rechtdoor gaat voor afslaan. Tegenliggers die rechtdoor rijden, en fietsers en voetgangers die naast of vlak achter je rechtdoor gaan, laat je voor. Daarom kijk je over je schouder voordat je rechts afslaat.
  • De korte bocht gaat voor de lange. Slaan jullie tegenover elkaar dezelfde straat in, dan gaat wie rechts afslaat voor op wie links afslaat.

Wegrijden, keren, achteruitrijden, invoegen en van rijstrook wisselen heten bijzondere manoeuvres. Daarbij laat je al het andere verkeer voorgaan.

Waar het meestal misgaat

De brede weg heeft geen voorrang

Een doorgaande weg voelt als een voorrangsweg, maar zonder borden of haaientanden is hij dat niet. Ook op een T-splitsing gaat rechts voor: wie uit de zijstraat komt en voor jou van rechts komt, mag eerst.

Voetgangers vallen buiten ‘rechts gaat voor’

De regel geldt tussen bestuurders, en een voetganger is geen bestuurder. Rijd je rechtdoor en is er geen zebrapad, dan wacht de voetganger. Sla je af, dan gaat de voetganger die rechtdoor loopt juist voor. Op een zebrapad laat je voetgangers altijd voor, ook wie duidelijk op het punt staat over te steken. Mensen met een witte stok met rode ringen en mensen die slecht ter been zijn, laat je overal voorgaan.

De rotonde heeft geen eigen regel

Op bijna elke rotonde staan haaientanden bij het oprijden: wie al op de rotonde rijdt, gaat voor. Staan ze er niet, dan is het een gewoon kruispunt en gaat rechts voor. Rijd je de rotonde af, dan sla je af: fietsers en voetgangers die rechtdoor gaan laat je voor. Liggen er haaientanden op het fietspad, dan wachten de fietsers op jou.

Borden gelden ook voor de tram

De tram gaat voor op een kruispunt zonder borden. Staat hij voor haaientanden, dan wacht hij net als iedereen.

Voorrang hebben is niet voorrang nemen

De regels zeggen wie moet wachten, niet dat de ander dat ook doet. Kijk of je gezien bent voordat je doorrijdt. Bij een stopbord sta je altijd helemaal stil, ook als je in beide richtingen niets ziet aankomen.

Zo oefen je dit in Own the Route

Het spel Verkeerssituaties is dit lijstje in het echt. Je kijkt van bovenaf op een kruispunt met drie of vier armen, of op een rotonde. Er staan twee tot vier weggebruikers, vaak ben jij er een van. In de stand ‘Tik de volgorde’ tik je ze aan in de volgorde waarin ze mogen rijden. Na elke stap staat de regel erbij in gewone taal. Eén fout en het botst, waarna je stap voor stap ziet hoe het had gemoeten.

De kruispunten worden telkens opnieuw opgebouwd, dus uit je hoofd leren heeft geen zin. Wat je tegenkomt:

  • gelijkwaardige kruisingen en T-splitsingen
  • voorrangskruisingen met een gele ruit en haaientanden, en kruisingen met een stopbord
  • afslaan: rechtdoor voor afslaan, korte bocht voor lange
  • een tram, met en zonder borden
  • een zandweg en een uitrit
  • een zebrapad, een voetganger zonder zebrapad en een fietser naast je
  • een ambulance of politieauto met zwaailicht en sirene
  • de rotonde

Verkeerslichten komen in dit spel niet voor. Het gaat om de kruispunten waar je het zelf moet uitzoeken.

Wil je liever vanaf je stoel beslissen dan van bovenaf? In Verkeersinzicht zitten, voor auto en motor samen, 36 situaties over voorrang en kruispunten en 24 over rijstroken en rotondes, elk met een nabespreking. Daar zie je de andere weggebruikers op het kruispunt af komen en zie je wie richting aangeeft, zoals door je eigen voorruit. En in het proefexamen komen beide soorten terug, met voorrang als eigen onderwerp in je uitslag.

De borden uit stap vier herken je aan hun vorm. Welke dat zijn, staat bij verkeersborden: lees eerst vorm en kleur.

De regels op deze pagina komen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, te lezen op wetten.overheid.nl (gelezen op 7 oktober 2026). Regels kunnen veranderen; de wettekst gaat voor op deze uitleg.

Tik zelf de volgorde. Probeer Verkeerssituaties.

Bekijk op Google Play

Voor Android-telefoons en -tablets. Geen advertenties, geen trackers.