Wat voor motorrijders anders is
Je plek op de rijstrook is een keuze
Een auto vult zijn rijstrook. Jij kiest binnen de strook waar je rijdt, en die keuze doet ertoe: je wilt zien wat er komt, gezien worden door wie jou moet zien, en ruimte houden voor als het misgaat. Vóór een bocht naar links zit je anders dan vóór een uitrit aan je rechterhand. Motortheorie vraagt je steeds waar je wilt zitten, en waarom.
Waar je kijkt, daar ga je heen
Op een motor stuur je met je ogen. Kijk je naar de berm, dan kom je in de berm. Daarom gaat kijktechniek bij motorrijders verder dan spiegels: ver vooruit kijken, de bocht uitkijken naar waar je wilt uitkomen, en op tijd zien wat een automobilist drie auto's voor je gaat doen.
Grip is niet overal hetzelfde
Natte belijning, putdeksels, tramrails, bladeren, grind in een bocht: een auto merkt er weinig van, een motor glijdt erop weg. De theorie daarachter is simpel en moet een reflex worden. Rails en belijning kruis je zo recht mogelijk, en je remt en stuurt ervoor, niet erop.
Je wordt over het hoofd gezien
Je bent smal en je komt sneller dichterbij dan mensen inschatten. Ga ervan uit dat de auto die wil afslaan je niet heeft gezien tot het tegendeel blijkt. Bij een vrachtwagen geldt: zie jij de spiegels van de chauffeur niet, dan ziet hij jou niet.
Je voertuig controleer je zelf
Bandenspanning, ketting en remmen zijn op een motor geen onderhoud voor de garage maar veiligheid voor vandaag. Het ezelsbruggetje daarvoor staat uitgelegd bij de voertuigcontrole voor je wegrijdt.
